Aanbod
Molenstraat 25A-E
Onze panden

Molenstraat 25A-E

Status: Rijksmonument
Bouwjaar: 1767
Aangekocht: 2020
Herstel: 1989 (door de Stichting Monumentenfonds)
Betrokken partijen:
Architect Ton Deurloo
Aannemer Schakel & Schrale

Koningspoort

De Koningspoort, opvallend gelegen op de plaats waar de Oude Molstraat op de Molenstraat uitkomt. Deze kromme straat, eveneens gelegen in het oudste deel van Den Haag, dankt zijn naam aan de korenmolen, die zich in de middeleeuwen aan het Noordeinde ongeveer op de plaats waar nu de Waalse kerk staat, bevond. Deze molen werd gedreven door het water van de Haagse beek.  De eerste huizen in de Molenstraat zullen in het midden van de 14de eeuw zijn gebouwd.

Vanaf het begin van de 15de eeuw zijn eigenaren te traceren van het huis, dat zich op het huidige perceel Molenstraat 25 bevond. Onder hen treffen wij in 1403 de riemslager Dirck Aerntszoen aan, na 1550 de kleermaker Jan Franssoen en na 1586 Neeltje Jansdr, de weduwe van de deurwaarder Jacob Adriaens de Ghilde.

Kleermakers

Vanaf dat moment is via de registers van eigendomsoverdracht goed te volgen, hoe het huis van eigenaar op eigenaar overging. Opmerkelijk daarbij is dat onder de eigenaren en de bewoners door de eeuwen heen in verhouding veel kleermakers voorkomen. Wanneer Neeltje Jansdr. in 1616 het pand voor fl. 1.600, – overdoet aan de bode van het Hof van Holland Jan Dubois, wordt het verhuurd aan de kleermaker Pieter Jacobs.

Verbouwing/herbouw in de 18de eeuw

In 1731 kwam het pand voor fl. 3.100, – in handen van Johannes Brueys. Brueys liet in 1767 het huis ingrijpend verbouwen of wellicht liet hij het zelfs geheel opnieuw optrekken. Het resultaat betekende in ieder geval niet minder dan een verdubbeling van de aanslag in de verponding. Waarschijnlijk heeft het huis toen zijn huidige gevel gekregen.

Bekende bewoners

In de periode 1850-1860 woonde er de kunstschilder J.C. d’Arnoud Gerkens (1823-1892), de luitenant-ingenieur jhr. Jan Willem van Sypesteyn (1816-1866), die bekendheid kreeg wegens zijn werkzaamheden voor het Koninklijk Huisarchief en zijn publicaties op het gebied van de krijgsgeschiedenis; ook was hij bestuurslid van de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, en de componist Willem Frederik Gerard Nicolaï (1829-1896), van 1865 tot aan zijn overlijden directeur van de Koninklijke Muziekschool (thans Koninklijk Conservatorium).

Vanaf 1955 werd het geëxploiteerd door Gerrit van der Meent en zijn vrouw Elisabeth M. IJkelenstam. Van enige mystificatie waren ‘Gé en Eliza’ van der Meent niet wars. Zij lieten de traditie van het eethuis zonder problemen in hun reclamefolders teruggaan tot 1648 en suggereerden, dat de kelders van het huis gelegen waren onder de gebouwen van het Koninklijk Paleis. Die kelders werden als bodega-restaurant geëxploiteerd onder de naam De Coninckskelder. Tot op heden zijn er nog mensen die geloven dat het pand doorloopt tot onder het paleis. In 1966 werd het pandje op de rijksmonumentenlijst geplaatst.

Het langzamerhand verkommerde pand werd in 1984 door de Stichting Monumentenfonds aangekocht. Nadat de voor de restauratie noodzakelijke subsidies in het vooruitzicht waren gesteld, kon aan het eind van 1988 met de werkzaamheden onder leiding van architect Ton Deurloo worden begonnen. De uitvoering werd in handen gelegd van de aannemersfirma Schakel & Schrale. De totale restauratiekosten bedroegen ruim fl. 600.000, -. De feestelijke afsluiting van de restauratie vond plaats op 12 april 1989 door de toenmalige Minister van Financiën, dr. H.O.Ch.R. Ruding, die in de zestiger jaren huurder was van een kamer in de Koningspoort.

Per 1 juli 2020 is het pand overgekocht door Stadsherstel Den Haag.

Op de begane grond bevindt zich een bedrijfsruimte. Daarboven bevinden zich vier appartementen.