for_rent
Interview met wethouder Joris Wijsmuller
31 May 2017

Interview met wethouder Joris Wijsmuller

Op de schouders van Joris Wijsmuller rust een zware verantwoordelijkheid. Als wethouder Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur is het zijn taak om ervoor te zorgen dat de inwoners van Den Haag in een mooie en aangename stad wonen en werken. Of toch niet?

Den Haag, 1981. Het is een half jaar na de kraak van De Blauwe Aanslag, het voormalige belastingkantoor dat leegstond in het centrum van Den Haag. Een zwart-witfilmpje op YouTube toont de werkzaamheden in het historische complex. Een man is bezig met het installeren van een badkuip in een kantoorruimte. Verderop wast iemand in een teiltje zorgvuldig enkele borden. Zittend op een muur vertelt een andere kraker: ‘De afspraak is dat als je hier komt wonen, je ook meewerkt. Ik heb onder andere het dak gerepareerd.’

Alternatief dorp

De eerste maanden waren ‘een grote beproeving’ voor de nieuwe bewoners van De Blauwe, zoals het kraakpand in de volksmond werd genoemd. Ze waren verstoken van gas en licht. De camera zoomt in op twee jongens die glimlachend terugdenken aan die tijd. ‘Het was eerst echt heel koud. Maar toch ook gezellig. We zijn niet voor niks gebleven. Iedereen wist ook wel waar die mee bezig was.’ Krantenknipsels uit die tijd laten zien dat de krakers na het voeren van actie een paar maanden later toch verwarming en licht kregen.

Den Haag, 1994. Joris Wijsmuller leidt een verslaggever van het KRO-radioprogramma Damokles rond door De Blauwe, waar hij al sinds 1984 woont. Het historische pand is inmiddels omgetoverd tot een alternatief dorp. In het woon- en werkcomplex zijn onder andere winkels, ateliers, een restaurant, een bioscoop en een concertzaal gecreëerd. ‘Er hangt hier ook een spandoek. Wat is dat?’, vraagt de reporter. Wijsmuller: ‘De gemeente wil de weg hiernaast verbreden en daarom dit pand slopen.’ Maar volgens hem en de andere bewoners is het niet nodig om hun gebouw en daarmee hun gemeenschap af te breken. Er zijn ook andere wegen die naar Rome leiden om de verkeerssituatie te verbeteren.

Verantwoordelijk

In 2003 viel uiteindelijk toch het doek voor de bewoners van het voormalige belastingkantoor. De sloop van het pand bleek onvermijdelijk.  Intussen woonde Joris Wijsmuller ergens anders en timmerde hij aan de weg als politicus. Niet zonder resultaat, want tegenwoordig is hij wethouder Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur namens De Haagse Stadspartij die hij twintig jaar geleden oprichtte.

‘De Drie Hoefijzers is een van mijn favoriete plekken in Den Haag.’

Den Haag, 2017. ‘Ik heb twaalf jaar in De Blauwe gewoond. Je had er alles. Het was een belangrijke plek voor veel mensen,’ vertelt Wijsmuller op zijn kamer in het stadhuis. ‘Kraakacties zijn niet meer zo in zwang. Maar ik waardeer het zeer als er vanuit de stad, dus vanuit de mensen zelf, mooie maatschappelijke initiatieven ontstaan, zoals Stadsherstel. Ik stimuleer dat ook. Zelf kan en wil ik het niet allemaal verzinnen. Het is belangrijk dat de inwoners van Den Haag zich verantwoordelijk voelen voor hun omgeving en oog hebben voor de belangen van anderen.’

Actie!

Wijsmuller moet denken aan het verhaal van de Bethelkerk, die gesloopt dreigt te worden om plaats te maken voor nieuwbouwwoningen. ‘Kerken zijn beeldbepalend en cultuurhistorisch van belang. Ik heb daarom veel waardering voor het actiecomité van bewoners, dat nu hard werkt aan een plan voor het behoud. Ze willen van de Bethelkerk een ontmoetingsplek maken.’

Ook over het voorbeeld van De Besturing is de wethouder enthousiast. ‘Dat is een culturele broedplaats in een voormalige fabriek voor scheepsmotoren en -besturing. Sinds een paar maanden is dit pand op de Binckhorst eigendom van de kunstenaars en creatieve ondernemers die daar gevestigd zijn. Ze hebben het gekocht van de gemeente Den Haag. Dat heb ik als wethouder gestimuleerd zodat zij letterlijk en figuurlijk meer ruimte krijgen voor hun vindingrijkheid en initiatieven.’ Een soortgelijke ontwikkeling doet zich bijvoorbeeld ook voor op Landgoed Ockenburgh. ‘Daar is het monumentale landhuis na de restauratie weer teruggegeven aan de buurtbewoners. Zo kunnen zij er een nieuwe bestemming aan geven die voor hen en de omgeving maatschappelijk relevant is.’
De wethouder noemt met gemak nog enkele best practices van burgerinitiatieven die hem spontaan te binnen schieten. ‘Stadsherstel is tegenwoordig niet meer de enige club die zich inzet voor het behoud en herbestemming van historische gebouwen. Maar Stadsherstel bestaat wel al veertig jaar. Het laat zien dat deze organisatie van de lange adem is. Dat is goed. Bewoners waarderen de zorg voor panden. Die zorg is belangrijk voor de beleving van deze stad.’